De zoektocht naar nieuw burgerschap
De toenemende privatisering en individualisering van de samenleving hebben ertoe geleid dat steeds meer mensen zich zijn teruggetrokken achter hun voordeur en hun schuttingen. Zelfs voor mijn generatie - voor wie het vanzelfsprekend was om deel uit te maken van een groter geheel - is dat een pijnlijke ontwikkeling. De 'wij'-gedachte was minstens zo sterk als het 'ik'-denken. Die balans is de afgelopen decennia verschoven.
Ook de manier van communiceren is in de afgelopen tien jaar drastisch veranderd. Toch kun je moeilijk zeggen dat gemeenten en politieke organisaties zich hebben aangepast aan deze nieuwe vormen van contact en participatie.
Het begrip 'burgerschap' is bovendien geen geliefd woord. Voor veel mensen roept het associaties op met 'burgerlijk' in de zin van benepen, conservatief of bekrompen. Het klinkt als een begrip dat vooral plichten met zich meebrengt. In de jaren zestig en zeventig schudde mijn generatie – de babyboomers - het burgerlijke juist van zich af in de zoektocht naar vrijheid en individuele ontplooiing. Rechten werden nadrukkelijk opgeëist, terwijl plichten vaak werden genegeerd of aan de gemeenschap werden overgelaten.
Tegenwoordig spreekt de overheid veel over burgerschap, maar vaak in de betekenis van de zelfredzame, sociaal vaardige burger die zichzelf weet te redden en zich betrokken toont bij de samenleving. In werkelijkheid maken veel burgers zich gewoon zorgen: over de afnemende sociale cohesie, over hoe we met elkaar omgaan, over het verdwijnen van publieke verantwoordelijkheid.
Zoals Henk Beltman schrijft in zijn boek Democratisch burgerschap:
“De overheid heeft het burgerschap verengd tot een set gedragingen van de individuele burger. Daarmee is de kern van democratisch burgerschap uit beeld geraakt: het collectieve karakter ervan. Burgerschap is niet alleen een kwestie van rechten en plichten, maar van gedeelde verantwoordelijkheid voor de publieke zaak. Zonder die gedeelde verantwoordelijkheid wordt de democratie een optelsom van losse individuen die vooral met zichzelf bezig zijn.”
Beltman prikt daarmee precies in de kern van het probleem: burgerschap is iets dat we samen vormgeven. Het vraagt om ruimte voor initiatief, maar ook om wederkerigheid. Niet alleen burgers moeten in beweging komen, ook instituties moeten zich anders gaan opstellen. Want als de overheid burgers aanspreekt op hun verantwoordelijkheid, moet ze zelf ook bereid zijn die van haar te nemen - en vertrouwen te hebben in de kracht van de samenleving. In een interview dat ik met Beltman had, zei hij het zo:
“Er is in veel beleid een soort wantrouwen ingebouwd: alsof mensen alleen iets doen als je het controleert of afrekent. Maar echt burgerschap floreert niet bij toezicht, maar bij vertrouwen. De overheid zou veel vaker moeten beginnen met de vraag: wat kunnen mensen al, en wat hebben zij van ons nodig om dat verder te brengen?”
Die benadering sluit goed aan bij wat ik zelf heb ervaren in de praktijk van Buurtcoöperatie Apeldoorn Zuid. Daar bleek dat mensen wél willen bijdragen – als ze maar serieus genomen worden, als ze ruimte krijgen om hun talenten in te zetten, en als het ‘samen’ ook echt samen is.
Wereldwijd staat de democratische rechtsstaat onder druk. De ‘bullies’ – mensen met een autoritaire neiging – lijken steeds vaker de overhand te krijgen. Aan het einde van mijn voorzitterschap van Buurtcoöperatie Apeldoorn Zuid kreeg ik van de ledenvergadering zelf de boodschap dat ik soms ook te veel als een bully optrad. Dat was voor mij een belangrijk signaal. Het hielp me bij mijn beslissing om met pensioen te gaan, mede ingegeven door mijn leeftijd – ik was toen 75 jaar.
Toch heb ik in die twaalf jaar voorzitterschap ook iets heel waardevols geleerd: de gemiddelde burger heeft véél meer in zijn mars dan de overheid vaak denkt. Wat we nodig hebben, is een herwaardering van het burgerschap – niet in abstracte beleidsnota’s, maar in de praktijk van alledag. De betrokkenheid van mensen bij hun straat, hun buurt, hun gemeenschap moet weer centraal staan.
Het ‘gepamper’ van burgers in de afgelopen twintig jaar heeft geleid tot een afhankelijke, consumerende houding. Maar ik heb gezien dat burgers over enorme kracht beschikken. Die kracht is er. Ze moet alleen wel worden gezien, erkend én gemobiliseerd.
Auteur: Ton Kunneman
Datum: 17 december 2025
